Leden     



Korte geschiedenis KRVE (1/4)

Op 1 mei 1895 werd de vereniging opgericht in een café aan de Terwenakker te Rotterdam door een klein aantal roeiers (11 namen zijn bekend). Die roeiers verdienden toen al ieder voor zich hun brood met het varen van mensen. Zij bezaten een eigen roeiboot en boden hun diensten aan een binnenkomend zeeschip aan.

De roeier voer zo ver als mogelijk was een zeeschip tegemoet en maakte contact met het schip om zo de concurrentie voor te zijn. Onbevestigde sterke verhalen zijn, dat sommige tot ver op de Noordzee het schip tegemoet roeiden om als eerste bij de kapitein hun diensten aan te bieden. Overigens bleef de gewoonte om het zeeschip op de Nieuwe Waterweg tegemoet te varen ook nog bestaan nadat de vereniging was opgericht.

 

De roeier maakte dan zijn roeiboot vast aan het zeeschip en liet zich zo meeslepen naar de ligplaats in de haven. Dat leverde levensgevaarlijke taferelen op en het gevolg was, dat het bij Koninklijk besluit van 1908 verboden werd om je als roeier mee te laten slepen door het zeeschip. Dat was op verzoek van de Kamer van Koophandel na klachten. Het verbod gold zowel voor de gezagvoerder van het zeeschip als voor de roeier in de roeiboot, beiden waren strafbaar! Tijdens de vaart mocht niet vastgemaakt worden aan het schip, uitzondering op deze regel gold voor sleepboot en ook voor het aan boord zetten of afhalen van de loods en in geval van hulp bieden bij brand.

Omdat er als gevolg van de snelle groei van het aantal zeeschepen dat Rotterdam aandeed te weinig ligplaatsen langs de wal waren, zorgde de gemeente voor extra ligplaatsen aan palen op de rivier. Het meeste werk van de roeiers bestond uit het overvaren van bemanningsleden van het op stroom liggende zeeschip naar de wal en weer terug. Daarbij moet bedacht worden, dat schepen destijds veel langer in de haven lagen dan thans, hun verblijf in Rotterdam duurde soms wel enkele weken! Ook anderen die hun diensten aanboden aan de schepen, zoals leveranciers van materialen, personeel dat reparaties aan boord moest uitvoeren en natuurlijk vertegenwoordigers van de scheepsagent maakten gebruik van de diensten van een roeier. Ook de loods werd toen al dikwijls door een roeier vervoerd.
Het vast- en losmaken van zeeschepen zou in de loop der geschiedenis verreweg de belangrijkste activiteit worden. In de begintijd van de vereniging bepaalde de loodsen met welke roeiers zij naar een schip toegingen, soms werd de dobbelsteen daarbij gebruikt..

Volgende pagina